Het natte gras kriebelt
onder je blote voeten
als je dromerig en langzaam
stapt door de adem van de wind.
De oude schommel wiebelt
en kraakt onder de zoete
levenslust van een onbedachtzaam
en onschuldig kijkend kind.
Dan denk je aan hoe jij
ooit was
als het blije speeltuinkind dat
verwoed en heel aandachtig
taartjes maakt van zand
en daarna languit in het
gras
kijkt naar een wolkje wit las wat-
jes die doen denken aan prachtig
ontluikende lelies in de hand
van het rimpelloze water,
zuiver van geweten en
nooit geweten van 't verdriet
dat de schuldigen verblindt.
Het is slechts golvend,
later,
als de wind opsteekt en regen
de plas roert met zijn ruisend lied.
Dan weer peinst het over 't rimpelloze speeltuinkind.
Sterk
verlangen naar een vredige toekomst
naar wat materiële welvaart
naar persoonlijk geluk
naar innerlijke rust
naar wereldvrede
naar een steeds beter leven voor onze kinderen
We
zijn bedroefd als het onze kinderen eens wat minder goed
gaat,
als we zien dat ze afwijkende paden kiezen,
als ze eens niet zo gezond zijn.
Al
dat verlangen en al die bezorgdheid,
ze moeten toch een doel hebben?
We hebben onze kinderen zelf wel voortgebracht,
maar niet aan de basis van het bestaan.
Zit hier geen doelmatig streven achter,
een drang om de wereld uiteindelijk beter te maken,
één van de wegen langswaar we onze prestaties
willen verder leiden
dan tot nut van ons eigen bestaan?
Een
stukje bestaan, maar van een weg
naar wat we God noemen?
Ik
trek mijn handen van de wereld af.
De wereld doet hetzelfde met mij.
Wij hebben elkaar niks meer te vertellen,
laat staan dat we zouden luisteren.
Inmiddels
poog ik de stilte te temmen
die amok maakt onder mijn schedeldak.
Zij maakt kabaal alsof ze er thuis is:
ze toetert, tingelt, hamert erop los.
Stilte
is een amalgaam van geluiden,
woordloze brokken emotie in een kolk.
Ze is muziek die zichzelf komponeert
voor een orkest dat zichzelf dirigeert.
Luister
naar de zee en zingende dolfijnen,
het schuren van de boeg tegen hard water,
het asmatisch gedoe van wind in de mast,
de koele smak van een tros op de kaai.
De
muur van de stilte reikt alsmaar hoger.
Vuisten gebald, schuim op de lippen.
Gevangen in een glazen stolp zie ik
mensen met vissemondjes voorbijvaren.